Het oorlogsmonument
herinnert
de inwoners van Beekbergen (gemeente
Apeldoorn) aan twaalf burgers uit de dorpen
Beekbergen, Lieren en Oosterhuizen die
tijdens de bezettingsjaren en tijdens de
politionele acties in het voormalige Nederlands-Indië door oorlogshandelingen om
het leven zijn gekomen.
GEVALLEN VOOR
HET VADERLAND
J J Barendsen,
E. A. Blom,
Hans Blom,
K.J. Busser,
P.H. Kaars Sijpesteijn,
E van 't Land,
H. Liefers,
W. Oxener,
J. Schut,
G.Tijhof.
GESNEUVELD IN
NEDERLANDS INDIË
G. Davelaar, Kon.
Marine
J. Stufken, kon. Landm.
op maandag 4 mei 1970 is het
gedenkteken onthult door de kinderen van de
Beekbergese oorlogsslachtoffers
Wijzigingen
Op 17 april 1990 is op initiatief van het
comité 45 Jaar Bevrijding het monument
uitgebreid met een gedenkplaat met alle
namen en data van de omgekomen
Beekbergenaren. Deze gedenkplaat is onthuld
door familieleden van de slachtoffers. Een
jaar later is er een tweede gedenksteen aan
het monument toegevoegd met daarop de namen
van twee tijdens de politionele acties in
het voormalige Nederlands-Indië omgekomen
Beekbergenaren.
Vorm en materiaal
is een kruis van roodbruine zandsteen. Het
kruis is geplaatst aan het einde van een
oplopende, smaller wordende muur van witgele
kalksteen. Aan de voorzijde van de muur zijn
twee liggende gedenkstenen geďntegreerd. De
muur is 1 meter hoog, 2 meter 50 breed en 50
centimeter diep.
De inscriptie op het kruis
luidt:
'1940 - 1945'.
Locatie Teixeira de
Mattospark 7361 Beekbergen (Apeldoorn)
Onthulling 4 mei 1970
Ontwerper Ir. J. Bouw
Geadopteerd door O.B.S
Beekbergen
Oprichting
Om de middelen voor het monument bijeen te
brengen, is op initiatief van mevrouw G.
Pont-Jonker en haar comité een collecte
gehouden onder de bevolking van Beekbergen,
Lieren en Oosterhuizen.
De verzetsgroep Beekbergen
en omgeving
In januari 1943 werden de
verzetslieden Evert van 't Land, Evert A.
Blom, Willem Oxener, Klazinus J. Busser,
Hendrik Liefers en J. van Beek door de
bezetter beschuldigd van overtreding van de
voorschriften van de wapenverordening. De
verzetsgroep hield zich bezig met hulp aan
joodse onderduikers en geallieerde piloten.
Door verraad werd de hele groep
gearresteerd. In afzonderlijke processen
werden zij ter dood veroordeeld en
gedeporteerd naar verschillende kampen.
Op 7 januari 1943 werd Evert van ’t Land als
eerste gearresteerd. Hij had een groente- en
fruitkwekerij annex boerderij. Vanaf 1942
verleende Van 't Land onderdak aan twee
joodse echtparen. Ook fungeerde zijn
boerderij als doorgangsadres voor
onderduikende joodse mannen en jongens, die
na verloop van enige dagen of weken weer
verder trokken. Op 7 januari 1943 werd de
boerderij van Van ‘t Land door de SD
overvallen en omsingeld. De joodse
onderduikers werden als eerste opgepakt.
Evert werd bij thuiskomst gearresteerd. De
joodse onderduikers hebben de
vernietigingskampen niet overleefd. Evert
werd na een verblijf van een paar maanden in
het Huis van Bewaring in Arnhem naar kamp
Vught vervoerd. Evenals de andere leden van
de verzetsgroep werd hij ter dood
veroordeeld. Hij kwam terecht in een Duits
concentratiekamp. Vermoedelijk is hij na de
bevrijding overleden en begraven in een
massagraf. Opsporingspogingen van de familie
hebben geen resultaat gehad. Officieel is
Evert van ’t Land opgegeven als vermist.
Twaalf dagen na Evert van 't Land werden
schoenmaker Evert Blom en zijn zoon Hans
opgepakt door de SD, in hun huis aan de
Dorpstraat 70 in Beekbergen. Ze werden
vastgezet in het Huis van Bewaring in
Arnhem. Na een paar weken op brute wijze te
zijn verhoord werden zij overgebracht naar
kamp Vught. In mei 1944 werd Evert Blom in
Utrecht ter dood veroordeeld. In afwachting
van de voltrekking van het vonnis werd hij
vastgezet in de gevangenis in Scheveningen,
beter bekend als het Oranjehotel. Na de
invasie van de geallieerde legers in
Normandië kwam hij terug in kamp Vught. Kort
daarna werden hij én zijn zoon Hans, die al
die tijd in Vught verbleef, op transport
gesteld naar het concentratiekamp
Oraniënburg. Vader en zoon hebben elkaar
daar weer ontmoet. Blom is later nog op
transport gesteld naar Bergen-Belsen waar
hij vermoedelijk op 31 mei 1945 is
overleden. Zijn zoon Hans heeft eind april
de beruchte dodenmars gelopen van
Oraniënburg naar Schwerin. Nadat hij op 3
mei 1945 met enkele anderen de groep had
verlaten, is hij ontdekt door SS'ers en
doodgeschoten. Hans Blom is in een massagraf
begraven.
Op 20 januari 1943 werd Willem Oxener
gearresteerd op last van wapenbezit. Hij
werd opgesloten in de gevangenis in Arnhem.
Op 6 maart 1943 werd Oxener overgebracht
naar kamp Vught. Hij werd daar tewerkgesteld
in een werkplaats van de Philipsfabriek. In
mei 1944 werd hij in Utrecht ter dood
veroordeeld. Daarna is hij vastgezet in de
gevangenis in Scheveningen. Na de invasie in
Normandië werd hij op transport gesteld naar
het concentratiekamp Neuengamme. Volgens het
slachtofferregister van de
Oorlogsgravenstichting is hij daar overleden
op 27 december 1944.
Hendrik Liefers werd gearresteerd op 22
januari 1943. Liefers kwam via Arnhem en de
kampen Amersfoort, Vught en Kassel in het
concentratiekamp Brandenburg terecht. Daar
is hij op 18 maart 1945 om het leven gekomen
en begraven. Later is zijn stoffelijk
overschot overgebracht naar Ereveld Loenen.
Ook Klazinus Busser werd gearresteerd op 22
januari 1943. Hij werd na zijn arrestatie
via Apeldoorn naar Arnhem vervoerd. Na zware
verhoren werd hij overgebracht naar kamp
Vught, van waaruit hij naar Scheveningen
werd vervoerd. Hier vonden weer lange
verhoren plaats, waarna hij ter dood
veroordeeld werd. Hij werd op transport
gesteld naar het concentratiekamp Buchenwald.
Klazinus Busser is daar op 10 februari 1945
om het leven gekomen.
De vier andere mannen die met het monument
worden herdacht, hoorden niet tot de
verzetsgroep rondom Evert van 't Land.
Piet H. Kaars Sijpesteijn stond in
verbinding met de Ugchelense arts G.P.
Duuring om aspirant-Engelandvaarders te
helpen. Eind maart 1942 is zijn huis door de
SD en de Ordnungspolizei (de Grünen)
overvallen. In de gang werd een tas gevonden
met belastende gegevens. Piet, zijn vrouw en
een lid van de groep die op bezoek was,
werden gevangen genomen. Piet Kaars
Sijpesteijn bezweek uiteindelijk op 19
februari 1943 in het concentratiekamp Vught.
Gerard Tijhof zette zich in voor medeburgers
die moesten onderduiken. Hij verstopte ze op
de vliering van zijn huis. Rond
augustus/september 1944 werd hij
gearresteerd en van huis weggevoerd. Er
wordt aangenomen dat hij is verraden. Zijn
vrouw heeft één keer een teken van leven
gekregen in de vorm van een brief uit
concentratiekamp Amersfoort. Dat was op 21
december 1944. Daarna is nooit meer iets van
hem vernomen. In het slachtofferregister van
de Oorlogsgravenstichting staat vermeld dat
hij op 3 mei 1945 is omgekomen in
concentratiekamp Neuengamme. Op deze plaats
is Gerard Tijhof ook begraven.
De Beekbergenaren Jan Barendsen en Jan Schut
werden op 2 oktober 1944 samen met zes
anderen gefusilleerd op het terrein van het
Apeldoornsche Bosch (nu 's Heerenloo,
daarvoor Groot Schuylenburg).
Jan van Beek is de enige van de verzetsgroep
die de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd.
Ernstig verzwakt keerde hij na de bevrijding
terug uit een concentratiekamp.
J. Stufken en G. Davelaar kwamen om het
leven tijdens de politionele acties in het
voormalige Nederlands-Indië.